Concert Monumetendag

Kaart wordt geladen...

Datum/Tijd
14 september 2019
14:00 - 16:00

Locatie
Pastorie H. Paschalis Baylon

Categorieën


Monumentendag
Zaterdag 14 september 2019

14.00 uur
 
St. Paschalis Baylon kerk
Den Haag
  
Programma:
 
Charles Marie Widor
1844-1937
 
Uit de Tweede Symphonie, opus 13 nr. 2 voor orgel:
Salve Regina
 
Vierde Symphonie in F, opus 13 nr. 4 voor orgel

Delen:
Toccata
Fugue
Andante cantabile
Scherzo
Adagio
Finale

Toelichting
Charles Marie Widor werd op 21 februari 1844 in Lyon geboren in een familie van Hongaarse afkomst die al generaties lang verbonden was met de orgeltraditie. Zijn grootvader Jean Widor had gewerkt bij de orgelmaker Callinet en zijn vader werkte als organist in Lyon in de kerk van Saint-Francois-de-Sales. De jonge Widor verving zijn vader al op 11-jarige leeftijd. Onder invloed van de  beroemde orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll ging hij een jaar orgel studeren bij Jacques-Nicolas Lemmens en compositie bij Joseph Fétis in Brussel. Daar leerde hij het orgelspelen naar de Duitse traditie en leerde hij de Bach-orgelwerken kennen.

In 1870, op aanbeveling van Cavaillé-Coll, werd hij organist van de Saint-Sulpice in Parijs. Daar had Cavaillé-Coll zijn magnum opus gebouwd, een groots, perfect en inspirerend instrument. Dit instrument was van beslissende doorslag voor zijn carrière en voor zijn schepping van het genre van de orgelsymfonie.

Vanaf 1870 was Widor zeer productief als componist, niet in de laatste plaats om inkomsten te genereren. Daaraan zijn vele orgel- en pianocomposities te danken, maar ook liedcycli, balletten, etc.

Ook schreef hij als muziekcriticus onder pseudoniemen als Aulètes en Tibicen recensies voor verschillende kranten en tijdschriften. Tevens was hij dirigent van Concordia, een koor- en orkestvereniging waarmee hij onder andere de grote Bach-werken uitvoerde.

Zijn composities trokken veel belangstelling en in de belangrijkste muziekcentra van die tijd waren er festivals die geheel gewijd waren aan zijn werken. Na de dood van César Franck in 1890 volgde Widor hem op als docent orgel aan het Parijse Conservatorium, en zes jaar later werd hij docent compositie. Alexandre Guilmant nam de orgelklas van hem over en vervolgde het orgelonderwijs op de manier waarop Widor het vormgegeven had.

In 1910 werd hij gekozen tot lid van het prestigieuze Institut de France, vier jaar later werd hij secrétaire perpétuel daarvan. In die functie wendde hij zijn aanzienlijke invloed aan om getalenteerde jonge franse artiesten bij te staan.

In 1933 beëindigde hij zijn betrekking als organist aan de St. Sulpice, na 64 jaar dienst.

Hij werd opgevolgd door zijn leerling Marcel Dupré. Widor overleed op 12 maart 1937, op 93-jarige leeftijd.

Op het concert van vorig jaar was de tweede symfonie te horen. In de toen gespeelde versie was het later ingevoegde Salve Regina nog niet aanwezig. Vandaag als opening van het concert dus dit deel om de hele tweede symfonie compleet te maken !

De vierde orgelsymfonie begint met twee barokke vormen, die van de Toccata en de Fuga, hier beide in f mineur. De Toccata lijkt nog het meest op een Franse Ouverture vanwege het gepuncteerde ritme en de gedeelten met snelle loopjes. Het thema van de fuga is geïnspireerd door het thema van de Gigue uit Bachs derde Engelse Suite, maar Widor maakt er een langzame, wat plechtige fuga mee. Het derde deel – een bijzonder geslaagd stuk – doet denken aan een Lied ohne Worte van Mendelssohn, in het bijzonder zijn opus 19 nr. 4, dat is gespeeld op Widors uitvaart. Daarna volgt het Scherzo, een snel en virtuoos deel dat opvalt door zijn middendeel, een tweestemmige canon begeleid door dubbelpedaal. Deze muziek komt ook in het coda weer terug. Het vijfde deel, Adagio, is een pastorale, waarin Widor de Voix Humaines (helaas niet voor handen op dit orgel), een orgelregister met een bijzonder timbre en zweving, en de Flute 8’ (gelukkig wel beschikbaar ook al heet het register op dit orgel Bourdon) voorschrijft. De harmonische wendingen en het prachtige slot zijn heel sfeervol. Een Finale, vol ‘grandeur’ en nu eindelijk in F gr.t., besluit de symfonie, die bijna een half uur duurt.

 

Wim Voogd studeerde orgel, piano en kerkmuziek aan de conservatoria van Den Haag en Rotterdam.

Hij werkt als docent piano aan het Koninklijk Conservatorium en als kerkmusicus aan de H. Driekoningengemeenschap in Den Haag.

Als pianist speelt hij veel kamermuziek: solo, met vocalisten (met sopraan Nathalie Mees en met sopraan Bauwien van der Meer treedt hij regelmatig op), en met instrumentalisten:

Met fluitiste Froukje Wiebenga vormt hij een vast duo dat zich toelegt op Franse muziek, en met haar en altviolist Frank Goossens vormt hij het Koetshuistrio. Met trompettist Arthur Kerklaan vormt hij een trompet-pianoduo.

Tevens begeleidt hij kamerkoren en is hij regelmatig te horen als organist, pianist en continuo-speler in het oratoriumrepertoire.