Preek van de kerstnachtmis

ERE ZIJ GOD IN DEN HOGE EN VREDE OP AARDE VOOR ALLE MENSEN VAN GOEDE WIL

Sinds 1982 staat er in Rome ieder jaar een grote kerststal op het Sint Pietersplein. Het was een idee van paus Johannes Paulus II, u weet wel, de paus die uit Polen kwam. Hij wilde op ‘zijn’ plein graag wat meer emotie in plaats van de altijd wat stijve, al te plechtige Romeinse kerstsfeer. Het bleek een schot in de roos: sindsdien komen er ieder jaar duizenden mensen naar kijken.
Maar dít jaar is er iets bijzonders: er staat nu geen gewone kerststal, maar een die helemaal gebouwd is van zand. Uit maar liefst 700 ton zand zijn alle figuren geboetseerd die traditioneel bij de kerststal horen: een prachtig Jezuskindje met lekkere bolle wangen en natuurlijk Maria en Jozef, de herders met hun schapen en de wijzen uit het oosten. Als u morgen om 12 uur naar de televisie kijkt kunt u het zien en anders wel op uw computer, wanneer u die heeft. Vier zandkunstenaars hebben eraan gewerkt: een Rus, een Tsjech, een Amerikaan en als vierde iemand uit Nederland, Suzanne Ruseler uit Amersfoort. Ze werkten al vaker samen voor het jaarlijkse zandsculpturenfestival in het stadje Jesolo, in Italië, vlak bij Venetië. Maar nu mochten ze – als een cadeau van dat stadje aan de paus – een kerststal verzorgen. En het ziet er schitterend uit. De zandkersstal is prachtig verlicht en blijft er staan tot 7 januari, de maandag na het feest van Driekoningen.
Afgelopen zomer, toen er hier op het Lange Voorhout ook een soort tentoonstelling was van zandsculpturen, leerde ik dat voor zoiets speciaal zand nodig is: rivierzand – dat schijnt een vierkante korrel te hebben, die nodig is voor blijvende stevigheid en samenhang. Het zand dat hier op het strand en in de duinen ligt heeft een ronde korrel; het is goed voor het zandemmertje van de kleine Bas, maar het is te fijnmazig voor iets blijvends: het is los zand…
En dat stelt ons ineens voor de vraag, wie wij eigenlijk zijn? Mensen allemaal náást elkaar, als ‘los zand’, of mensen met die wat hoekige korrel, geschikt om te worden samengevoegd, in een verband, een verbond als u wilt.

Die vraag wordt in onze tijd steeds belangrijker, want we dreigen als los zand uit elkaar te vallen. Vorige week nog meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat ons land sterk en in versneld tempo aan het ontkerkelijken is en dat dit met name te zien is binnen onze eigen katholieke gemeenschap. Meer dan de helft van onze bevolking blijkt afgehaakt en voelt zich niet meer thuis binnen enig religieus verband. Geen prettige kerstboodschap natuurlijk, al was het eigenlijk geen nieuws omdat we allemaal al wel weten dat dit proces al jaren aan de gang is. Maar opvallend was toch het slot van dit bericht; daarin werd gezegd dat deze ontwikkeling ook voor de samenleving als geheel niet zonder zorg was. Gebleken was namelijk ook, dat mensen met een kerkelijke achtergrond méér dan anderen betrokken zijn bij zaken die de samenhang van ons land bevorderen, die tijd maken voor mantelzorg, dienstbaarheid binnen het verenigingsleven en hulp en bijstand bieden bij de integratie en de verzorging van vluchtelingen en vreemdelingen. Je zou dus zeggen, dat die Jezus-beweging waartoe wij behoren kennelijk ook iets wakker maakt in mensen en via hun gedrag ook iets voorstelt. Het laat zien dat de Blijde Boodschap die wij willen uitdragen inderdaad samenhang onder mensen bewerkt en dat het wegvallen daarvan en het steeds sterkere individualisme – ieder voor zich en ieder zijn eigen geloof – haast ongemerkt ontwrichtend werkt. Want terwijl elders in de wereld, in Afrika, Amerika en Azië het christendom een steeds sterkere plaats inneemt en daar de samenhang tussen mensen juist bevordert, zien we in de oude westerse wereld hoe mét de ontkerkelijking ook steeds meer andere instituties uit elkaar lijken te vallen. Ontworteling heet dat en het is waar: bomen zonder wortels vallen inderdaad om bij de eerste de beste storm. Dan worden we samen ‘los zand’ waaruit geen sculptuur meer te boetseren is, een samenleving waarin ouderen zich steeds meer alleen voelen, omdat hun kinderen en hun buren het te druk hebben, waarin de hardste roepers het voor het zeggen krijgen en waarin door alle verbrokkeling geen stabiel bestuur meer te vormen is.

Het kind van Bethlehem, dat ons hier vanavond bij elkaar heeft gebracht, nam daar geen genoegen mee. Hij werd geboren in Bethlehem, in een wereld die ook toen als los zand in elkaar zat – ieder voor zich! geen plaats in de herberg! – een wereld met Farizeeën die vastgeklonken zaten aan hun regels, met een priesterkaste die zich corrumpeerde rond de tempel, met Romeinse soldaten die niet maalden om een mensenleven, in een samenleving waarin vrouwen werden vernederd, boeren van hun oogst werden beroofd en waarin mensen met een handicap of met een minder mooi lichaam rücksichtslos aan de kant werden gezet.

Tegen die stroom ging Hij in; Hij wilde samenhang onder mensen, – een bouwwerk, een sculptuur van liefde – houvast en stabiliteit in plaats van ‘los zand’. Niet ieder voor zich, maar mensen als zusters en broeders, als hoeders van elkaar. Maar dat niet alleen: Hij leerde mensen ook weer naar boven kijken, niet turend naar de regeltjes van Mozes of de Farizeeën, maar opzien naar God zelf. Ja, Jezus wilde dat mensen weer zouden ontdekken dat zij – net als Hijzelf – uit God voortgekomen waren, kinderen van God, zijn evenbeeld, waardiger en heiliger dan zomaar een beetje biologie, ieder mens geweldig, net zo’n wonder als zijn eigen geboorte in Bethlehem. Al rond zijn kribbe – vanaf dat allereerste begin – werden mensen samengebracht: herders en wijzen, Joden en niet-Joden, buurtbewoners en vreemdelingen, heiligen en zondaars, – en het zou heel zijn leven doorgaan: liever vergeven dan veroordelen, liever samen dan als los zand aan de kant. Ja, dat wilde dat Kind van Bethlehem hier op aarde bewerken; daarvoor was Hij naar deze wereld gekomen, als een licht in de duisternis, – Hij zou er zelfs zijn leven voor geven.

Ieder van ons kan alle kanten op; we hebben een vrije wil en zo zijn we door God ook bedoeld. Wij kunnen ons laten meeslepen met het waaien van iedere toevallige wind, we kunnen onbarmhartig en onverschillig zijn, haatdragend zelfs, maar – laten we dat niet vergeten – we kunnen ook geweldig zijn. Als mensen elkaar echt vinden kunnen er grootse dingen gebeuren en kunnen er nieuwe wonderen van liefde ontstaan. Soms zie je dat gebeuren, dat bij een brute moord of bij een ongeluk of natuurramp geweldig veel mensen hun arm om elkaar heenslaan. Er worden kaarsjes aangestoken en bloemen gelegd. Wanneer je dat ziet, dan komt het kerstkind in ons weer even tot leven. Nóg mooier is het wanneer dat geen incidenten blijven toevallige, incidentele gebeurtenissen, maar wanneer we elkaar blijvend omarmen en elkaar niet meer loslaten, in een blijvend verband, – niet zomaar los zand maar ingevoegd in een geweldig mooi netwerk van liefde. Wat goed als we dat als Kerk zouden kunnen zijn.

Die kerststal van zand daar op het Sint Pietersplein is dan ook een wonderlijk mooi symbool; het laat ons zien hoe prachtig de wereld kan worden als wij ons als afzonderlijke korreltjes samen laten voegen. Want dat bij elkaar blijven, en elkaar dragen en elkaar zien, en daarin niet versagen, bewerkt ‘vrede op aarde’ en precies dat is ‘eer aan God’.